Lening door DGA was niet onzakelijk

onzakelijke lening dga

De Hoge Raad heeft onlangs geoordeeld over een casus waarin de inspecteur van de belastingdienst stelde dat er sprake was van een onzakelijke lening. De inspecteur maakt echter niet aannemelijk dat de DGA bij het verstrekken van de geldlening een debiteurenrisico heeft aanvaard, die een onafhankelijke derde niet zou hebben aanvaard. Er is geen sprake van een onzakelijke lening en de DGA krijgt gelijk. Dit volgt uit de uitspraak van 2 maart 2018 van de Hoge Raad.

Feiten

De DGA hield indirect, via M bv, de helft van de aandelen in A bv. Medio 2005 heeft M bv de andere helft van de aandelen A bv gekocht. Om de koopsom voor de aandelen te financieren leent de DGA een bedrag van Euro 200.000 van zijn ex-werkgever en leent dit door aan M bv. A bv gaat in 2008 failliet. De DGA claimt in zijn aangifte inkomstenbelasting 2010 vervolgens een verlies op de aan M bv verstrekte lening omdat A bv door het faillissement de lening niet meer terugbetaalt. De inspecteur van de belastingdienst accepteert het verlies niet, omdat naar zijn mening sprake is van een onzakelijke lening. Het Gerechtshof moet beoordelen of er sprake is van een onzakelijke lening.

Koppeling tussen beide leningen

Bij de toets gaat het er om of de DGA bij het verstrekken van de lening een onzakelijk debiteurenrisico heeft genomen, die een onafhankelijke derde niet zou hebben aanvaard. Het Gerechtshof heeft de condities onderzocht waaronder de ex-werkgever de lening heeft verstrekt, teneinde te bepalen of de door de DGA aan M bv verstrekte lening al dan niet onzakelijk is. De DGA gaf aan dat er een koppeling is tussen beide leningen, die van hem aan de bv en die van de ex-werkgever aan hem. Dit wordt ondersteund doordat de ex-werkgever de geldlening direct heeft overgemaakt naar de derdenrekening van de notaris voor de betaling door M bv voor de aankoop van het resterende belang in A bv. Er kan dan nog steeds sprake zijn van een verschil in risicoprofiel tussen beide leningen, bijvoorbeeld omdat er extra zekerheden door de ex-werkgever zouden zijn bedongen. Dat lijkt het geval. In de leningsovereenkomst tussen de ex-werkgever en de DGA worden een pand- en hypotheekrecht genoemd. Maar deze zekerheden zijn in de praktijk nooit gevestigd. De ex-werkgever had aldus feitelijk de lening verstrekt zonder dat hij zekerheden had gekregen.

Bestemming geldlening en kennis van de financiële situatie

De DGA stelt dat de ex-werkgever wist dat de geldlening voor M bv bestemd was. Dat blijkt ook wel uit het feit dat hij direct naar de notaris de geldlening heeft overgemaakt. Daarnaast stelt de DGA dat de ex-werkgever op de hoogte was van de financiële situatie van zowel M bv als A bv. De ex-werkgever is volgens het Gerechtshof te beschouwen als een onafhankelijke derde die zelfstandig en met deskundigheid heeft getoetst of het verantwoord was om een bedrag van Euro 200.000 uit te lenen. De DGA geeft verder aan dat in het jaar dat de lening verstrekt werd een grote opdracht verwacht werd. Er was in dat jaar inderdaad sprake van een aanzienlijke omzetstijging, waardoor het perspectief voor A bv gunstig was. Dat zijn feiten waardoor de lening niet onzakelijk is. De inspecteur moet aannemelijk maken dat de lening onzakelijk is en daar slaagt hij niet in volgens het arrest van het Gerechtshof. De verschillen in gestelde zekerheden doen hieraan niet af. De inspecteur van de belastingdienst gaat in cassatie.

Hoge Raad

De Hoge Raad volgt het oordeel van het Gerechtshof en de conclusie van de Advocaat-Generaal. Uitkomst is dat de DGA het verlies op de lening in aftrek mag brengen op zijn inkomsten uit werk en woning (box 1).

ADVOCAAT IN ALKMAAR

Het team van advocatenkantoor Visie Advocaten in Alkmaar biedt juridische hulp op maat en werkt op de manier die bij u past. Met een frisse blik en proactief. Visie Advocaten richt zich op het ondernemingsrecht, arbeidsrecht, huurrecht en vastgoed, belastingrecht, incasso en beslag, faillissementsrecht, familierecht, erfrecht en contractrecht.  Een modern advocatenkantoor met jarenlange ervaring in adviseren en procederen.

Aandeelhoudersovereenkomst
Contractenrecht

Het opstellen van een aandeelhoudersovereenkomst

In een vennootschap kan het zich voordoen dat aandeelhouders onderling afspraken willen maken. Deze afspraken worden vastgelegd in een aandeelhoudersovereenkomst. Wat is een aandeelhoudersovereenkomst? Een

geheimhoudingsverklaring
Contractenrecht

Het tekenen van een geheimhoudingsverklaring

Een geheimhoudingsverklaring kan vaak goed van pas komen. Bijvoorbeeld bij overnames, fusies of samenwerkingsverbanden, maar ook als medewerkers van een bedrijf werken met vertrouwelijke of

Heeft u een juridische vraag?

Wij bellen u binnen één werkdag terug!